9 oktober 2017

Iets brekends

Voorbij papieren kwam de avond los
van de dag, van de grond, van dingen.
Zijn vleugels tussen de stad en haar hemel
pianoklanken uit een bovenlicht.

Naar een hoger plan werd zijn lijf
vervoerd: haar ogen, dat kuiltje
een vrucht. Geen appel.

Geen boom, een muurtje van gemak
van keien die alles zagen.
Dan hoog, moedig, de voeten
buiten de basis, handen geklampt.

Die dag zonder vangnet
één moment, zonder gewicht
tussen zijn en haar grond.